CHINA-REIS, 2008

.

Beijing, week 1
(zaterdag 1 november - vrijdag 7 november)
.

.

VRIJDAG 31 OKTOBER: VLUCHT NAAR BEIJING

De taxi pikt me op mijn werk op, de koffers stonden reeds klaar bij de receptie en de komende weken zal mijn auto op het bedrijfsterrein staan en niet voor mijn huis. Alle mensen die standaard te laat komen worden weer eens beloond: het vliegtuig heeft uiteindelijk meer dan twee uur vertraging, dus ik heb vier uur om de binnendruppelende mensen te observeren. Een vervelend Chinees rondrenkind wordt niet in bedwang gehouden door de wel erg jong uitziende moeder, maar de inderhaast gevormde Chinese microsamenleving vormen het dorp dat nodig is om het kind op te voeden; oudere mevrouwen glimlachen vertederd om het wel en wee van het nu ingesloten kind en een aantal van hen wordt prompt gepromoveerd tot ayi (tante).

In het vliegtuig zie ik dat een voortvarend opererende Chinees mijn stoel heeft ingepikt. Als ik hem in Chinees aanspreek op mijn vermoeden dat ie per ongeluk (ja, tuurlijk…) op mijn stel is gaan zitten kijkt hij verschrikt met schuldige ogen mijn kant op. Een aantal medepassagiers kijkt verschrikt naar de Hollandse jongeman die blijkbaar Chinees spreekt; hun ogen prikken in mijn rug en ik ervaar het als een groot compliment.

In een inmiddels donker Schiphol kiest het vliegtuig voor de dodelijk koude nachtlucht .

Gedurende de vlucht raak ik aan de praat met de Chinees met perfect Beijing-accent, die vreemd genoeg in het uiterste noorden blijkt te wonen (zo tegen de Russische grens, naast Noord-Korea). Hij maakt uit van een groep van 5 Chinezen die de afgelopen anderhalve week een Europareis hebben gemaakt. Ze zitten strategisch om mij heen en ik kom er dus niet onderuit om zo nu en dan voor vertaler te spelen gedurende de enkele keren dat een stewardess iets langs brengt. Ze blijkt zelf Hollandse te zijn en kijkt ook verbaasd op als ik haar uitleg dat ze het rundvlees willen hebben ipv de kip (our country serves a lot of beef). Ze vraagt of ik wellicht Chinees ben of Chinese ouders heb, omdat ik blijkbaar Chinees spreek en ook wel erg kleine oogjes heb. Ik ben in de 3 seconden die het duurt om de vraag te stellen ineens mijn vader geworden (alleen zijn mijn ogen kleiner t.g.v. een opzettende hoofdpijn i.p.v. een copieus genoten Chinees diner met bier). Ik ontken, benadruk dat mijn Chinees niet erg best is en begin aan de halfwarme vliegtuigmaaltijd.

.

.

ZATERDAG 1 NOVEMBER: AANKOMST + ONTMOETING GASTGEZIN

Een slapeloze nacht en een Indiana Jones film verder vliegen we ineens de ochtend in.

Nadat ik uit het vliegtuig ontsnapt ben kan ik mij richting de visumcontrole begeven. In dezelfde hal waar ik vorig jaar ook al was (het voelt lekker om de weg te weten) word ik op de roltrap naar beneden beloond met een wandschilderij.

Het is best mooi en het geeft te denken dat hier vorig jaar nog uitgebreid reclame werd gemaakt voor vanalles en nogwat; een dure advertentieruimte is opgeofferd voor een stukje informatieve kunst over de grootsheid van China’s cultuurgoed.

Bij de uitgang wordt ik netjes opgewacht door de taxixchauffeur die mij ook vorig jaar heeft opgehaald. Het is goed dat ik hem direct herken (en hij mij) want hij had geen bordje bij zich met mijn naam erop. Ik had hed veiliger gevonden als ie dat toch gewoon gedaan had.

Ik verontschuldig me voor het feit dat ie twee uur heeft moeten wachten en hij zegt dat het aan het vliegtuig lag. Dat zijn Chinezen. Ze vertellen waarheden alsof ze Boeddha zijn, maar zeggen niet wat ze nou willen vertellen.

Aangekomen bij Mandarin House worden de formaliteiten voltooid en ontmoet ik de meneer van het Chinese huishouden waar ik de komende twee weken zal verblijven.

We gaan gezamenlijk – hij mijn handbaggagekoffer en ik mijn reiskoffer – naar het metrostation. Dit is meteen instructie over hoe ik straks heen en weer moet reizen van en naar school.

Wat in Nederland de afgelopen 15 jaar niet gelukt is, heeft men in Beijing in een jaartje opgezet: reizen met een digitale pas met tegoed. Ik herken het metrostation van vorig jaar, maar de loketten met kaartjesverkoopdames zijn verdwenen. Voor kaartjes moet men tegenwoordig bij een kaartjes-machine aankloppen of reizen met een digitale pas. De aanschaf hiervan wordt mij prompt opgedragen en ik vind het een goed idee. Hier de uitgifte-plaats, met net niet op de foto de dame die met haar arm om mij heen buigend bijna succesvol voor kroop. Chinezen doen niet aan rijwachten.

Het resultaat van de onderneming is een opgeladen pas:

Die zelfs in de bus (nummer 800, even voor mijzelf ook ter inprenting) bruikbaar!

Wellicht moet en er wat beleidsmakers en beslissers omtrent het ovkaart-drama een keertje komen kijken in Beijing?

Na kennismaking met de vrouw van de meneer en de installatie in mijn eigen kamer (waar ik en passant ook maar even een modem/router-probleem moet oplossen alvorens ik kan internetten; gelukkig was het slechts een verwisselde kabel…) gaan de meneer en ik (ik moet zijn naam gaan onthouden….) naar het lokale politiebureau om mij aan te melden; dat moet; anders ben ik ongewenst vreemdeling; een vreemdeling in een vreemd land wil ik niet zijn en ik ga gehoorzaam mee. Ik ben erg moe.

Alles gaat goed en ik mag voorlopig blijven.

We maken een groot rondje om ook de omgeving eens te bekijken en ik koop onderweg wat kaarten in het postkantoor.

De kamer die ik heb is beter dan ik had verwacht. er is zelfs breedband internet (nadat ik een routerprobleem heb opgelost...).

.

.

ZONDAG 2 NOVEMBER: SEEING DE VORIG JAAR GEMISTE SIGHTS

De naam van de meneer is Wang Wense, de mevrouw heet Feng Suhua. Vanaf hier meneer Wang en mevrouw Feng geheten. Hier een foto (welke ik een week later gemaakt heb, tijdens een gezamelijk bezoek aan het zomerpaleis):

...

Ze spreken geen Engels en ik kan alleen in het Chinees met ze communiceren. Dat gaat me gelukkig veel beter af dan ik had gedacht of durven hopen. Natuurlijk is het niet perfect en moet ik veel naar woorden zoeken, maar mijn doel lijkt na twee jaar zelfstudie bereikt: ik kan communiceren in het Chinees! Ze hebben een dochter die volgens mevrouw Feng al 4 jaar in Japan studeert. Ze heeft een studiebeurs heeft verdiend en werkt naast haar studie. Mevrouw Feng is erg trots op haar dochter, maakt zich naar goed Chinees gebruik ernstige zorgen om het feit dat ze nog niet getrouwd is. Ik stel haar gerust door te zeggen dat de tijden van nu heel anders zijn en dat ze na het afronden van haar studie vast snel met een man op de proppen zal komen. Ik vertel haar maar niet dat ik meteen denk aan een film die ik kortgeleden heb gezien over een jonge vrouw met net zo’n bezorgde moeder; ze houdt echter van vrouwen en de film loopt goed af (voor westerse begrippen dan) wanneer ze op haar huwelijksdag alsnog kiest voor haar vriendin en i.p.v. met haar ‘trouwt’.

Omdat ik in Nederland in de veronderstelling verkeerde dat ik het ontbrekende gedeelte van de rekening bij Mandarin House in euro’s kon voldoen (tsja…), zat ik met 640 euro cash in mijn maag. Mijn eerste doel deze ochtend is om hiervan 440 te gaan wisselen naar RMB (renminbi, oftewel ‘the people’s money’, in de volksmond ook wel yuan, maar vaker “quai” genoemd). Meneer Wang gaat met mij mee. Bij de bank aangekomen blijkt dat je als buitenlander best geld mag wisselen, maar dan moet je wel je paspoort meenemen (WTF?). Wij gezamenlijk terug. Ik pak mijn paspoort en ga dit keer alleen.

Onderweg naar de bank zie ik dat het piepkleine park – gelocaliseerd tussen de enorme hoogbouw – is naar Bijlmer-model een piepklein park aangebracht. De vergelijking met de El-Al-landingsplaats eindigt al snel al de argeloze buitenlander ziet dat deze parken werkelijk bomvol zijn op zondag

Bij de bank aangekomen word ik herkend en mag ik een formulier invullen. Ik kom er bij het tweede formulier achter (bij het eerste was ik vergeten in te vullen dat het euro’s ging…) dat in China vakjes aangeVINKT dienen te worden en niet aangekruisd.

Een vermaning later en na het overhandigen van het derde formulier moet ik nog 10 minuten wachten. Er dient een kopie te worden gemaakt van mijn paspoort (WTF?). ik onderga het allemaal gelaten en observeer andere bezoekers. Blijkbaar is de gedragscode hard schreeuwen en wild zwaaien. De bankbediendes moeten blij zijn met het kogelvrije glas.

De uiteindelijke wisselkoers is – zoals verwacht en nu bewezen – veel beter dan in Nederland. Op het vliegveld heb ik bij onze genationaliseerde ABN-Amro 1000 RMB gekocht tegen een koers van 0,129. Bij deze bank krijg ik een wisselkoers van 0,120. M.a.w.: als ik 440 euro in Nederland had gewisseld had ik 3411 yuan terug gekregen, nu heb ik 3667 yuan gekregen: 254 yuan extra!. De dag begint alsnog goed.

De avond ervoor had ik besloten dat ik naar de Lamatempel wilde gaan. Om de verloren tijd in de bank een beetje goed te maken besluit ik met de taxi te gaan.

De rit duurt niet erg lang en al snel stap ik uit op een weg die werkelijk vergeven is van winkels die wierrook verkopen. De reden wordt duidelijk in de Lamatempel (yonghe gong, 雍和宫): welhaast iedere Chinese bezoeker brandt wierrook.

De ingang:

Het verklarende bord bij de ingang:

De entree:

Met de inderhaast gehuurde audiogids (10 RMB voor Chinees en natuurlijk 20 voor Engels) voel ik me een beetje voor schut lopen en het Engels heeft zo een zwaar Chinees accent dat ik er niet heel veel wijzer van wordt gedurende het bezoek. Toch houd ik stug vol en doorsta ik de start van elk stukje tekst dat met “ okay, right now…”.

Een enorme klok naast “the bell-building”

Inzoom op het oppervlak

Octagonal Pavilion:

de begeleidende teksten bij alle bezienswaardigheden zijn in het Chinees/Engels en in het Tibettaans.

met weer een van die vreemde Chinese uitvindingen: schilpad met drakenkop:

Volgens de audiogids is dit een grote bronze porridge/gruel-pot. Daar past toch wel een paar honderd liter in:

Yonghe Gate Hall:

En de binnenkant:

Zoals het Amerikanen betaamt negeren zijn straal het bordje waarop staat “please do not throw coins” en gooien zij muntjes naar het beeld. Je kunt ze niet van veel fantasie betichten: toen ik het controleerde waren velen hen voor geweest.

Verder naar het oosten lopend (ik ben binnengekomen in oostelijke richting), komt er steeds een nieuw gebouw. In het volgende gebouw – Yongyou hall – staan wederom vele beelden (let vooral op het detail van de fles water; zouden de goden de plastic dop kunnen loskrijgen?)

In de een na laatste hal woonden blijkbaar de volgelingen.

Via de audiogids verneem ik dat een van de twee lama’s na 1949 in dit paleis verbleef. Er wordt natuurlijk niet gerept over het feit dat dit botweg een gijzeling was en zeker niets over het feit dat de andere lama is ontsnapt. Deze lama heeft sinds zijn ontsnapping niet gerust om de hele wereld te vertellen dat ie nog leeft en is gevlucht. Ondanks zijn plausibele verhaal en zijn vriendelijke gezicht heeft de Dalai Lama ook een flinke klont boter op zijn hoofd (maar mijn vader zegt altijd: over geld, politiek en geloof moet je niet praten; dit geval scoort 2 uit 3 dus ik houd er verder over op).

In de laatste hal, Wanfu Pavilion, staat echt een joekel van een Boeddha beeld; 20 meter hoog.

Om e.e.a in perspectief te plaatsen:

Verder zijn er twee enorme kasten te vinden op de tweede verdieping met talloze Boeddha beeldjes:

Op de weg terug val ik iemand lastig met mijn probleem dat ik alleen in China ben, die ik nauwkeurig uitkies op de kans dat ie met mijn toestel wegrent of iets kan met de informatie dat ik alleen ben.

Op weg naar de Confuciustempel ( 孔庙) kom ik een klein museum tegen dat direct mijn aandacht trekt. Het blijkt een huis te zijn dat is omgebouwd tot museum waar houtsnijkunst en steenhouwkunst ten toon is gesteld.

Op mijn vraag hoeveel een entreekaartje kost wordt verschrikt gereageerd: een buitenlandse duivel die Chinees praat! Daar willen ze meer van weten en ik raak verstrikt in een 10 minuten durend gesprek waar ik me verassend goed doorheen sla. Het kaartje kost 30 RMB en ik ga verwachtingsvol naar binnen. Een jonge vrouw vraagt of ik een rondleiding wil. Ik ben vorig jaar reeds gemazeld en gepokt, dus mijn eerste wedervraag is of ze me aan het eind iets wil verkopen, of geld wil, of een ander oplichtplan heeft. De botte vraag wordt negatief beantwoord en ze is zelfs bijzonder aardig door te zeggen dat het geen probleem is omdat ik blijkbaar Chinees kan verstaan en het haar geen moeite kost. Ze zegt gedurende de rondleiding dat ze Journalistiek studeert aan de universiteit, maar dat haar Engels nog niet o goed is. De paar keren dat ik haar Engels laat praten hoor ik wat ze bedoelt. De rondleiding is dus in het Chinees en ik begrijp wonderbaarlijk veel van wat ze uitlegt (of dat denk ik tenminste). Er zijn veel houtkerf-kunsten en ook enorm uitgebreide steenhak-uitstallingen. Veel stenen voor in en rondom de muur die menig huishouden omringde en ook veel bijzondere stukken die tot wel 2000 jaar geleden terug gingen. Aan het einde van de tour geen vervelende toestanden .
Helaas mag ik geen foto;s nemen en hebben ze geen ansichtkaarten oid van de plek, dus ik moet volstaan met een foto van de entree.

Het is blijkbaar ook een interessante bezoekplaats voor Chinezen.

Ik loop verder naar de Confucius-tempel, die ik binnen 5 minuten gevonden heb. Onderweg moet ik twee straatverkopers van me afslaan omdat ik zo dom ben om met een boekje “reisgids Peking” in de hand te lopen; je moet dus niet als toerist een verdwaalde indruk maken met een boekje in je hand.

Ook hier leen ik mijn toestel met enige schroom uit aan – naar het blijkt – twee Russen.

De entree is indrukwekkend:

En ik zie direct een perfect fotomoment:

In het museumgebouw wordt de bezoeker ingepeperd dat het Confucianisme een heel oud en gerespecteerd geloof is. Menig leider kwam hier tribuut brengen aan Confucius. Wat men niet zegt is dat de leiders de leer van Confucius maar al te graag misbruikten door te hameren op het feit dat de vader vooral de vader moet blijven en de zoon de zoon. Een goed recept tegen revoluties en volksopstanden enzo. Alhoewel, dezelfde man heeft ook gezegd dat het volk een leider mag omwerpen en verjagen als ie er echt een zooitje van maakt (of was dat Mencius?).

Ook is er een model van een oude winkel; Menig winkelhouder had naar zeggen een stukje tekst van Confusius tot motto hadden verheven en als banier aan de voorkant van hun winkel hangen, waarop zoiets stond als: “Bedrieg niemand” (en de rest ben ik vergeten).

Er is ook een gigantische zaal met enorme zuilen waarom de klassieke werken van Confucius letterlijk in steen zijn gehouwen. Als ze dat nou veel eerder en veel meer met al zijn werken hadden gedaan hadden de nu als verloren beschouwde werken wellicht nog bestaan (als ze dan de culturele moord van Qin of de culturele revolutie hadden overleefd). Alhoewel, als er in Qin’a begraafheuvel in Xian nou toch eens zijn complete bibliotheek wordt teruggevonden…

Inzoom:

Als je goed op de onderstaande foto kijkt zie je nog net twee silhoetten. Dit zijn inderhaast wegrennde politieagenten; waar ze zo snel naar toe moesten is mij niet bekend, maar ik heb hier echt een perfect fotomoment gemist: rennende agenten in een Mozesiaanse kloof van stenen.

In de ommuurde omgeving kom ik verder een boom tegen die een oude holle dode boom als residentie verkoos (waar volgenpoep toch niet goed voor kan zijn…)

Verder kom ik een interessante test tegen: drie ballen aan drie stukken touw in een put waar slechts een bal per keer doorheen past. Het is een test om te kijken of mensen/kinderen kunnen samenwerken en er wordt trots gemeld dat Chinese kindertjes het beste waren van alle geteste nationaliteiten, omdat ze zo goed konden overleggen.

Ik heb besloten dat ik de Bell Tower en de Drum Tower wil bezoeken. Met de plattegrond van de omgeving in mijn geheugen geprent (niet in de hand) en met een globaal gevoel van “daar moet ik naartoe” loop ik kriskras door een oude hutong-buurt. De nieuwbouw rukt al op.

De Drum Tower (Gu lou) heeft een indrukwekkende trap omhoog.

Die ik gelukkig overleef (de treden zijn gemaakt om mensen te laten struikelen lijkt het wel);

Het uitzicht is indrukwekkend:

De bezoeker die hier er hier aan moet geloven is een Hollander. Hij maakt deel uit van een groep reizigers die ik direct al herkende op hun Nederlandse accent.

Tijdens het wachten op de trommelvoorstelling aanschouw ik een Hollandse meneer – type geslaage babyboomer en erg blij met zichzelf – die de domme rondleidster (type studente Engels met het Chinese toon-opdeel-probleem) nogmaals uitlegt dat er in de Engelse tekst meer staat dan in de Chinese tekst. Hollanders. Je pikt ze er direct uit.

Gelukkig wordt het wachten verkort door haar verhaal over een Chinese man die op deze plek tijdens de Olympische Spelen dooidraaide, een man doodstak en over de railing zijn dood tegemoet sprong. Ik begrijp nu de oorzaak van de lelijke hekken rondom het loopoppervalk buiten.

Voor de trommelvoorstelling komen drie mensen de kamer binnen. Alhoewel ik gelukkig kijkende Borg-drones heb gezien was het het wachten waard.

Op naar de Bell Tower dan; die staat aan de andere kant van de ingang:

En ook hier weer een trap met schots en scheve traptreden:

Met ook weer een prachtig uitzicht:

En weer een ongelukkige omstander:

De residentiele bel is echt enorm

Het ophangwerk

Het uitzicht naar de andere kant:

Op weg naar het woonhuis van Soong Qingling – de voormalige vrouw van SunYatSeng (de man die tijdens zijn vlucht voor de communisten Taiwan ‘ pacificeerde’) die in het Chinese vastenland wordt geroemd om het feit dat ze haar man verwierp en voor de commies koos – eet ik snel wat:

En vind ik vervolgens de weg naar haar huis:

Maar ze is niet thuis:

Mijn pech wordt beloond. Gedurende de wandeling naar de grote straat waar ik een taxi hoop te kunnen pakken naar mijn gastgezin, valt de avondschemering over BeiHai:

De taxi wordt gevonden en vervolgens de weg naar huis ook:

.

.

MAANDAG 3 OKTOBER: SCHOOLDAG 1

Eerste dag naar school: een routebeschrijving

Eerst lopen naar de bushalte en bus nummer 800 pakken:

Dan uitstappen en de metro induiken:

In de metro moet je natuurlijk eerst door je tas laten heenkijken (nergens staat een bordje oid dergelijks dat je beter niet je notebook door de scanner moet voeren…):

Er zijn de afgelopen jaren meerdere lijnen bijgebouwd; het bouwtempo is bijna angstaanjagend;

Ik reis via 4 haltes van lijn 1 (rood; horizontaal) en dan 3 haltes van lijn 5 (verticaal):

De nieuwe lijn heeft een begrijpelijk lampjes systeem (als je tenminste weet dat rood en groen hier andersom een betekenis hebben: rood komt nog (is goed) en groen is geweest (is fout):

De metro is – laten we zeggen – aan de volle kant:

Overstappen:

In de buurt van de 's Neerlands trotsch stap ik uit:

En loop ik naar mijn herkenningspunt: een gigantische schoorsteen:

Dit is gebouwencomplex waar Mandarin House gevestigd is:

Tijdens lunch verken ik de omgeving, bijna alle kleine eetzaakjes die ik vorig jaar bezocht zijn weg; er is blijkbaar een hoog verloop; de lucht is verbazend genoeg erg doorzichtig en adembaar:

Er wordt nog heftig gebouwd:

Parkeerplaatsen moeten nog gebouwd worden, maar dat wordt hier vanzelf opgelost:

Lunch:

Na de lunch tijd voor de privé-les en daarna weer naar huis. Metro is wederom stervens druk en overstappen kan al crowdsurfend plaatshebben. Terug in de bus (en het chipkaart-systeem werkt perfect, tot op de decimaal afhankelijk van de gereden afstand!):

.

.

DINSDAG 4 NOVEMBER 2008: SCHOOLDAG 2

Best een beetje cynisch. Zoals in vele culturen staat ook in China een vogel in een vogelkooi symbool voor opgesloten zijn. Het Chinese volk lijkt dan wellicht iets minder opgesloten, maar realiteit is dat zij van de ene kooi naar de andere kooi zijn verplaatst. Echte vrijheid is net zoveel een illusie als het een gedachtenstaat is.

In een klein restaurant, dat propvol Chinezen met Chinezen zit, besluit ik lunch te hebben.

En starten aan mijn lunch, welke bestaat uit mapo duofu (waarover ik eens een verhaaltje heb gelezen, dat moet ik als ik thuis ben maar eens opnieuw lezen):

En daarnaast DiSanTian:

Ik vind het een goede combinatie, omdat mapoduofu erg heet blijkt te zijn en dit als het ware wordt geblust door de zoet-smakende combinatie van aardappels, paprika en iets dat op meloen lijkt:

Buitengekomen valt me op dat de buitenkant van de hoogbouw een patroon heeft dat nog het meest lijkt op een chinese kast:

Ik merk op de weg naar huis verder op dat de “plak-telefoonnummers-op-de-grond”-brigade is overgestapt op het gewoon beschrijven van de grondtegels; blijkbaar was de “haal-de-grond-telefoonreclame-weer-weg”-brigade aan de winnende hand"

Owja, onderweg ook nog even een boekenzaak binnengedoken:

.

.

WOENSDAG 5 NOVEMBER: SCHOOLDAG 3

Omdat ik ineens de student (b)leek te zijn met het hoogste niveau, zit er deze week niemand anders in mijn klas. Dat betekent dat een inderhaast aangerukte lerares alleen aan mij les geeft en ik dus maar twee uur ‘klassikale les” heb i.p.v. vier (ja, dat stond idd in het contract).

Ik heb nog niet echt een oordeel kunnen vormen over of twee uur prive-les nou beter of slechter is dan 4 uur klassikaal, maar het heeft als voordeel dat ik pas om 10:00u op pad hoef en dus hele andere dingen zie; zoals bijvoorbeeld een communaal uitgevoerde ochtgymnastiek door kleine kindertjes op de basisschool:

In de metro zelf is de hedendaagse propaganda te vinden.
“…dependable safety; highly efficient, convenient and quick…”

And another;
“…Faultless method, civilization spreading out…”

…and another one:
‘…Minimal wasting protects the environment; renowed brand…”

Tijdens mijn lunchwandeling zie ik deze meneer;
het lijkt op de combinatie van 16 characters die ik in het steenbewerk-museum heb gezien; wellicht dat ik het de volgende keer toch gewoon moet vragen:

Lunch: vis met champignons enzo; ik had me bij het bestellen niet gerealiseerd dat men de graat in de stukken vis laat; ik heb dus erg langzaam moeten eten:

Hoe weet je dat het een goed restaurant is? Het zit propvol Chinezen en zelfs het personeel eet hier ook. Chinezen bellen gemiddeld een derde van hun verblijftijd; hier leeft men in zijn hoofd of ergens anders, zelfs als men samen ergens is. Living alone together, ofzo.

Op de weg terug:

Lopend langs de in/uitgang van de metro:

Straat-Karaoke? Geschreven karakters zijn zeer moeilijk te lezen, dus ik probeer het maar niet. Is het de songtekst? Een uitleg? Ik hoor niemand meezingen.

Hier hebben wijken een filosofie:

Tegen ontsnappen of voor het bijknippen?

Overal zijn ploegjes van 2 a 3 man aan het schoonmaken:

De prullenbakken worden zelfs met een sopje schoongemaakt:

In de school; elke kamer is approx. 10 m2 en heeft een naam van een gebied;
Deze middag blijkt Tibet bezet en moeten we mensen uit Tibet zetten;
Het foute grapje in mijn hoofd spreek ik maar niet uit:

Terug naar huis; daar komt de metro:

Tijdens het wisselen van lijn 1 naar 5 moet ik door een stukje gang lopen; in deze gang veel reclame c.q. propgaganda welke gericht lijkt op de bezoeker van de Olypische Spelen: inspirerend en trots;
“…one man, a pair of hands, one brick and tile erected school”

Ze bestaan dus wel: halflege bussen waar je gewoon een zitplaats kunt vinden!

.

.

DONDERDAG 6 NOVEMBER: SCHOOLDAG 4

Onderweg naar het metrostation ga ik met mevrouw Feng even langs het postkantoor om te kijken hoevel het zou kosten als ik mijn gekochte boeken alvast naar Nederland zou sturen. Dit scheelt gewicht en gedoe. De prijzen vallen toch iets tegen, dus waarschijnlijk ga ik het niet doen; dan maar in de handbaggage:

Over handbagage gesproken; ik weet niet hoe verstandig het is om veiligheidspersoneel te vragen of ik een foto mag maken van doorgescande tassen; maar ik doe het en het mag. De beveiligingsbeambte wijst mijn tas aan; het zijn mijn lesboeken en een ringband:

De moderne reclame; een westerse mevrouw kijkt vol begering naar een qipau:

Lunch

...met – vergeten te zeggen dat het niet te heet moet zijn – veel, heel veel, pepers:

Op de weg terug weer zo’n vreemd drakenschilpad-creatuur:

Stoomafvoer:

A.d.h.v. de fysieke toestand van het leesvoer in een koffiezaak (waar de koffie goed te drinken is, maar maarliefst 28 yuan kost!) kan een voorspelling worden gedaan over wie de favoriet is volgens de bezoekers:

Op weg naar huis zie ik dat de boompjes bij de entree nu midden op de weg naar buiten zijn gezet:

De telefoonnummeroorlog gaat door:

Ik had mevrouw Feng en meneer Wang in de ochtend reeds ingelicht over mijn plan naar TianAnmen te gaan, dus ik zal deze avond niet mee eten. Hieronder volgt mijn rondje TianAnmen.

Entree, vanuit het metrostation, in het gecompartimentaliseerde grootste stadsplein ter wereld:

…bouwen, bouwen, bouwen:

Het is er ook vol op een doordeweekse dag; alhoewel bijna geen buitenlanders te bespeuren:

Monument voor de oorlogshelden:

Midden op het plein: het mausoleum van Mao

aan beide zijden geflankeerd door prachtig bombastisch beeldhouwwerk (de "per-meter"-variant)::

[4500]

De TianAnmen-poort, die werkelijk gigantisch is:

Poort van de allerbuitenste muur

Rondje weer terug;

En de avond valt:

Als je ergens wil komen, moet je ondergronds van vak tot vak:

…stille nacht:

In een openbar toilet – je hoeft niet te kunnen lezen, je ruikt het al van verre – kun je Mao-vergeetmenietjes kopen. Ik vraag me af wat hij er zelf van gevonden had.

Tussen de keuzes kun je zelfs “the tian an men incident” kopen; gecencureerde versie?

The two towers:

Na de olympische spelen zijn de bloembakken natuurlijk niet meer gevuld:

Mijn foto-toestel maakt - ondanks de donkerte - op automatische stand toch nog redelijke foto's:

helaas is de sluitertijd wel een stuk langer

instructies:

Op de weg terug nog even wat eten:

.

.

VRIJDAG 7 NOVEMBER: SCHOOLDAG 5

Voor vanochtend heb ik het plan opgevat om Mao in zijn mausoleum te gaan bezoeken. Omdat het mausoleum slechts open is van 08:00 tot 12:00 is vanochtend eigenlijk mijn laatste kans om te gaan. Volgende week zal ik weer gewoon les hebben van 09:00 tot 12:30 en heb ik enkel de middagen vrij. Aangekomen bij het plein

Ik heb de hoeveelheid mensen die Mao willen bezoeken een beetje onderschat; het zijn er veel en ze (b)lijken van hein en verre te zijn aangespoeld.

Bij navraag blijk dat ik geen rugtas mag dragen; deze dien ik af te leveren in een klein gebouwtje dat maar liefst 9 yuan voor deze service rekent. Het bezoek aan Mao is gratis, maar voor de rest…

Als ik terug loop naar de agent die mij naar het rugtasbewaargebouw heeft gestuurd vraag ik hoelang ik moet wachten in de rij. Hij verteld me zonder blikken of blozen dat het 60 minuten is. Mijn zeer verbaasde reactie heeft direct resultaat: het touw wordt opgelicht en ik mag voorkruipen. Resultaat is slechts 5 minuten wachten en een boel boze blikken van de omstanders. Ik hef mijn handen ten hemel en zeg met al mijn charme: dui bu qi, o shi waiguoren, wo bu zhidou – sorry, I ’m a foreighner, I don’t know. Er wordt wat gemompeld en ik kijk blissfully voor me uit.

Bij de ingang is stringente controle en ik krijg vragen over mijn electronische woordenboek dat ik toch niet achter durfde te laten. Ik leg uit, ik wordt opgemeten met de ogen, en mag doorlopen. Op weg naar het mausoleum kun je bloemen kopen en ik doe zoals de Romeinen doen. Op weg naar binnen koop ik voor 1 yuan een boekje (zie hieronder) en wordt duidelijk waar de bloem voor is: deze worden massaal neergelegd bij een marmeren beeld van chairman Mao. Ik leg de mijne neer en word beloond met bevragende blikken van de zwijgende omstanders.

Er wordt hier stringent afgedwongen dat men stil moet zijn; het is een wonder. Mogelijk de stilste plek in Beijing is in het exacte centrum: Mao’s mausoleum.

Mao blijkt inderdaad een beetje oranje te zijn; zijn voeten (b)lijken verdwenen?

Het boekje van 1 yuan; helaas geen foto’s:

Ik koop ook maar een trinket; je moet er toch geweest zijn als Sinoloog in wording;
de sleutels van mijn gastfamilie hebben iig iets zwaarders dan het breekbare metalen ringetje:

Op weg naar school dan maar, in een propvolle metro. In de metro zelf is een soort systeem dat de snelheid van de langszoevende metro meet en een stroboscopische reclame projecteert; pogingen het vast te leggen falen jammerlijk:

In de metro tel je pas mee als je zoveel mogelijk meeneemt om anderen mee in de weg te zitten:

Lunchtijd: ik loop in de richting van de wijk waar ik vorig jaar zat; weer over hetzelfde kanaal:

De markt die ik vorig jaar had ontdekt blijkt echt eindeloos door te lopen; ik ben er al gauw een uur kwijt:

Ietwat schizofrene slogans springen je tegemoet:

Ze verkopen hier alles; huisdieren bij de voedselsectie en omgekeerd

Een smalle steeg:

Op de terugweg ontdek ik een overdekte hal.

Ik heb nog maar een 10 minuten voor lunch; dus ik duik een kleine zaak binnen voor lunch

Na school besluit ik de taxi te nemen; ik ben doodop en kan niet nog een verstikkende rit aan in de metro:

ik stap eerder uit want ik wil nog een stukje lopen; de voetgangerstunnels worden dankbaar gebruikt voor verkopers van – eigenlijk alles:

Thuisgekomen blijken mevrouw Feng en meneer Wang dumplings te maken; ik bof :-)

en vraag of ze op de foto willen; dit lijkt me een uitstekende gelegenheid; hier een verslag

nu mag ik proberen.

En als we dan toch de familie op de foto zetten:

Gekookt en wel; saus met vinegar en knoflook; lekker eten :-)

.

.

ga verder naar: Beijing, week 2